Startdatum : 24 april 2006.
On-line :
Na enkele jaren het heerlijke afzien, de harde tackels en de gloriemomenten te missen heb ik besloten om terug ten dienste van mijn eeuwige jeugdliefde op de groene mat te verschijnen.
Uit ervaring weet ik dat je de individuele basis voor het nieuwe seizoen echter niet in de voorbereiding of tijdens de eerst contractbesprekingen legt, maar wel tijdens het plechtige moment van het kopen van nieuwe ‘shoes’. Eigenlijk kan je het vergelijken met een ridder die zijn paard kiest voor een grote veldslag.
Tijdens mijn vrije dag besloot ik dus om 2 paar strijdrossen te kopen. Eenmaal de winkel binnen liep ik recht naar de voetbalschoenen. Ik kon mijn ogen niet geloven. Allemaal verschillende modellen en kleuren stonden er ten toon, met hier en daar een zeldzaam en verdoken eenvoudig zwart exemplaar.
Terwijl ik vroeger anderskleurige voetbalschoenen een voorrecht vond voor spelers die op een bepaalde manier boven hun eigen spelersgroep uitstoken, zoals een alternatieve aanvoerdersband, eist nu iedereen zich het recht op om kleurige exemplaren te dragen.
Tijdens mijn vorige voetballoopbaan bracht het dragen van anderskleurige voetbalschoenen, tape rond de enkels of andere ‘jannemannerij’ door de tegenstander het privilege mee om midden in de belangstelling te staan van snoeiharde tackels, smerige elleboogjes en andere keerzijdes van de medaille.
Verdwaald tussen verbolgenheid en nostalgie begaf ik me van de voetbalschoenen naar de beenbeschermers (scheinlappe). Met al de glitterende en kleurrijke stukjes die ik daar aantrof kon ik probleemloos een power ranger aankleden.
Het drong tot mij door dat er tijdens mijn afwezigheid veel veranderd is in de voetbalwereld. Binnenkort zijn Goor en Defour nog de enige echte mannen in de voetbalwereld.


HOMEPAGE
JUPILER LEAGUE TEAMS
ANDERE SPORTEN
Waar moet dat toch naartoe met onze sport. Rond deze tijd van het jaar zie je weer over terugblikken van het afgelopen jaar ?
Al soul-searchend in de Italiaanse Alpen rees deze vraag in mij op. Dit, door de confrontatie met mijn omgeving. De Italianen wonnen immers het WK en tot mijn verrassing stond ik oog in oog met een prachtig eerbetoon aan Fausto Coppi (zie foto).Wat is er aan de hand met de sport dat twee van de allergrootste sportevenementen ter wereld mij als sportfan nagenoeg niet hebben geboeid? Ronddobberend in de maalstroom van mijn gedachten kwam ik tot de de constatering dat ik mij niet meer kan identificeren, nauwelijks nog passie kan opbrengen voor clubs of individuele sporters.
De commercie de schuld geven is te makkelijk. Het wordt wel gedaan, heel makkelijk. En tot de Italiaanse Alpen zou ik dat ook gedaan hebben. Maar de commercie alleen is niet de schuldige. De sporters en clubs hebben misschien nog wel meer schuld.
“Zonder dope lopen de sponsors weg bij de Tour!” is een veelgehoorde uitspraak. Onzin natuurlijk. Zonder dope is de Tour veel spannender, afwisselender en leuker. Hierdoor is, helemaal met de juiste marketing, het zeker te noemen dat er meer mensen geïnteresseerd zullen zijn in de Tour want dan valt er immers wat te beleven. Getuige de afgelopen Tour. Overigens switchen renners van ploeg naar ploeg en wisselen ploegen van sponsors nog sneller dan ik van onderbroek, waarmee herkenbaarheid van de sponsoring wegvalt en zichzelf teniet doet. Een ploegnaam is letterlijk dat geworden. Gewoon een naam, waarmee de link naar de sponsor gevoelsmatig niet meer aanwezig is.
“Een beetje voetballer heeft een persoonlijke sponsor!” is ook zo’n dooddoener. Nike, Adidas, Reebok, Puma, Kappa, al die merken… Ze sponsoren stuk voor stuk voetballers, de ene naam groter dan de andere. Ze denken dat hierdoor hun marktaandeel (en dus omzet) verhoogt. Ook onzin. De voetballers switchen net zo makkelijk van merk als ik – alweer - van onderbroek. En omdat nagenoeg alle merken zich bezondigen aan de persoonlijke sponsoring blijven de verhoudingen tussen deze merken nagenoeg gelijk. Misschien niet in een jaar, maar op langere termijn is gebleken van wel. Ach ja, goed, ze hebben even kunnen cashen, maar die tijd is wel weer voorbij. En dat weten de merken zelf ook wel, maar het is inmiddels een prestige kwestie tussen de merken onderling geworden. Zo van: kijk eens welke voetballer ik nu onder contract heb.
Ook de tv-zenders zijn niet schuldig. Die liften alleen maar mee op het commerciele circus van de sponsors. De kwaliteit van de sportprogramma’s is inderdaad vaak om te huilen, maar als er geen sportprogramma gemaakt zou worden zou er een ander type programma zijn van dezelfde dramatische kwaliteit. Dat staat los van de sport zelf. Je kan de zenders hooguit kwalijk nemen dat ze überhaupt meeliften. En ja, de kwaliteit is inderdaad zo dramatisch dat ik niet zou weten welk programma bij welke zender thuishoort. Nagenoeg alle zenders leveren dezelfde ‘kwaliteit’.
Conclusie hieruit is dat de commercie in beide sporten hetzelfde effect heeft als: oh ja, die reclame met die leeuw (voetballer) op het dak van die auto (kunstjes uithalend met de bal), van welke maatschappij (schoenmerk) is die ook alweer? De commercie is duidelijk zijn doel voorbij geschoten waarmee het zich eigenlijk overbodig heeft gemaakt.
Nee, waar het volgens mij in zit zijn de clubs, ploegen en spelers zelf. Zij verkopen hun eigen huid en haar. Waar zijn de clubs en ploegen met echte eigen herkenbare identiteit? Waar zijn de spelers met echte clubliefde en clubtrouw? Er zijn geen echte echte helden meer. Er zijn geen echte echte volksclubs meer. Ja, ja, de weinige uitzonderingen daar gelaten, maar dat zijn er te weinig. Te weinig echte clubspelers, ploegrenners en clubs van het volk om mij te bekoren. Om de vuur en de liefde voor de topsport voor mij aangewakkerd te houden. Het smeult. Niet meer dan dat.
De clubs en ploegen graven hun eigen graf door hun gulzigheid die geen echte voordelen met zich mee brengt ten opzichte van anderen. Omdat alle clubs, ploegen en sporters meedoen in de commerciële tombola strijden ze financieel allemaal mee om de gunsten van de spelers en renners, die gretig hun zakken vullen zonder daar navenante prestaties tegenover te zetten. En het zijn niet alleen de kleinere clubs en ploegen die zich min of meer noodgedwongen in de financiële problemen storten om mee te gaan in het goddelijke opbieden op minder goddelijke spelers en renners.
De sporters graven hun graf omdat ze niet brengen wat ze zouden moeten brengen. Steeds meer fans raken teleurgesteld in hun helden omdat ze niet aldoor scoren, of etappezeges behalen. Niet omdat ze niet scoren of winnen. Maar omdat ze dat niet doen terwijl ze zo ontzettend veel geld hebben gekost voor hun geliefde club. Geld die zij indirect mee ophoesten. Het is niet voor niets dat steeds meer supporters hun excessief dure clubcard niet verlengen. Sporters worden kunstmatig ‘helden’ gemaakt terwijl ze eigenlijk maar middelmatig zijn, en niet alleen in hun prestaties.
Want echte helden zijn niet alleen afhankelijk van prestaties. Echte helden zijn sporters die er staan voor hun club of ploeg als het nodig is. Die blijven knokken voor hun club of ploeg wanneer tijden minder zijn, en dan niet snel overstappen naar een ander. Echte helden zijn sporters die een voorbeeld zijn. Niet alleen sportief, maar ook in hun gedrag. En dan mag het best een halve gare zijn die foute dingen zegt of doet. Zolang het maar een boegbeeld is.
Ik wil weer sporters en clubs die kleur geven aan de sport. Sporters en clubs die ergens voor staan. Sporters en clubs wars van onnodige commercie. Sporters en clubs die er voor zorgen dat ik weer graag naar voetbal kijk en Tour-etappes aanschouw. Sporters en clubs die weer echt zijn. Kortom: ik wil de echte sport weer terug.
‘U hebt 1 pm’ zegt mijn computer met spraaktechnologie. De onverschillige stem die dit geluid produceert staat in schril contrast met het gevoel dat door mijn lichaam flitst als ik zie wie deze pm naar mij verzonden heeft.
De kleine blauwe letters die Zijn naam vormen laten niets vermoeden hoe groot de macht is van de persoon die ze stuurt. Hij, de Almachtige, is namelijk de alleenheerser in cyberland nu hij het democratische bestuur in de vorm van verschillende moderators omver geworpen heeft en de macht op zijn eentje gegrepen heeft.
Enkel God weet wat er met de andere moderators is gebeurd. Enkel God of Hij, door de gevoerde propaganda zou een mens beginnen te twijfelen of hij niet de God op aarde is, misschien de profeet waarin de Joden zolang geloven. Zou Jezus Christus dan toch misschien een niemendalletje geweest zijn?
Zou ik de pm wel openen, ben ik mentaal klaar voor de wereldwijsheid die ik zal vernemen, of zal het een oproep zijn om het kinderachtige achterwege te laten of in het slechtste geval een melding van een ban. ‘Een ban? Nu al, terwijl mijn hele leven nog voor mij staat, dat kan hij niet maken.’ lieg ik mezelf voor. Hij kan immers alles maken. Wie had gedacht dat een zo anoniem iemand de macht zou grijpen? Alles heeft hij te danken door zijn compleetheid. Er zouden wel 4 gewone stervelingen nodig zijn om aan zijn profiel te kunnen voldoen.
Misschien was het toch beter geweest om met hem mee te heulen in plaats van mijn strijd voor rechtvaardigheid te voeren, waarom moest ik de held uithangen, als ik niet rechtstond uit de verschillende proteststemmen deed iemand anders dat wel…dergelijke gedachten schieten er door mijn hoofd terwijl ik de pm lees. Ik zie grafische symbolen die woorden vormen, moeilijke woorden zelfs. Ik heb 4 leesbeurten nodig eer de essentie van het bericht begint door te sijpelen. Hij wil onderhandelen. Euforie en wantrouw vormen samen een vreemde mix van gevoelens die bij mezelf overheersen.
Is het een valstrik of wil hij toegevingen doen? Zou hij eindelijk beseffen dat dit niet kan blijven duren? Zou hij mijn theorie over die andere wereld, die de cyberwereld overheerst, geloven? Ik moet het erop wagen, dit is de kans waarvoor ik gevochten heb. Nu ze zo dichtbij is mag ik ze niet door de vingers laten glippen.
Mijn hart bonkt in mijn keel als ik me bij hem aanmeld. Een volledig in het zwart geklede grijsaard met een vrolijk wiebelend buikje komt me ontvangen. Even dacht ik dat deze man iets te maken had met kerktorens in een andere wereld, maar die gedachte vergeet ik snel. Ik mag echter niet paranoia worden in deze fase van de strijd. Na de nodige veiligheidsmaatregelen te ondergaan kom ik voor een grote deur te staan. ‘Open de deur en hu zal Hem aanschouwen’ zegt de grijsaard. Vastberaden gooi ik de deur open en sta ik oog in oog met de man waarvan ik zo dikwijls een beeld probeerde te vormen. Hij ziet er eenvoudig uit, wazig zelfs, de gedachte dat hij soms van gedaante wisselt kan ik niet uit mijn hoofd zetten. Enkel de clubgekleurde frengels die onder zijn stoere jas komen verraden zijn afkomst.
‘Ik wil een compromis sluiten’ zegt hij. ‘Vergeet je domme strijd, je weet dat je tegen Mij niets kan beginnen. Uit respect voor je strijd wil Ik je rijkelijk belonen.’ Hij neemt me mee naar een plek dat lijkt op een eenvoudig kraampje om allerlei dingen te verkopen. Als hij de deur openzwaait verstijf ik. Heel de kamer steekt van beneden tot boven vol met club-artikelen.
‘Ze zijn voor jou.’ zegt Hij. ‘Tenminste als je je strijd tegen Mij wil opgeven’. ‘Waar komt dit allemaal vandaan?’ vraag ik. ‘Geen kritiek of vragen in het openbaar!’ krijg ik te horen. ‘Deze artikelen zijn toch waardeloos?’ vraag ik opnieuw. ‘Gebruik argumenten, en dit is je laatste verwittiging!’ laat Hij me dreigend verstaan. ‘Menne man, dje moet oech nè opjoage.’ is mijn spontane reactie. ‘Geen dialect, dat is één fout te veel’ laat Hij me verstaan met ogen die vuur spuwen. ‘Je weet dat je je ziel verbonden hebt aan mijn regels toen je tot onze wereld wou toetreden, wel nu die ziel mag ik nu wegwissen van deze wereld.’
Mijn gedachten slaan op hol, mijn posts razen voorbij mijn ogen, ik weet dat dit het einde is. Bang wacht ik de genadeslag af waarna niemand mij nog zal herinneren. Ik moet iets bedenken! Snel roep ik enkele woorden die door mijn hoofd flitsen. Hierna volgt er een doodse stilte, aarzelend hef ik mijn hoofd op. Ik kijk Hem verdwaasd aan en zie Hem aarzelend staan. ‘Hoe weet je wie ik ben?’ Aan zijn stem hoor ik zijn plotse kwetsbaarheid.
Het lijkt of zijn aura van onoverwinnelijkheid doorbroken is. Snel loopt Hij naar zijn pc in de hoek en trekt hij zijn stekker uit. Zo indrukwekkend als zijn eerste verschijning was, zo laconieker is zijn verdwijning. Zal hij ooit terugkomen ?
Evolutie wordt in de van Dale beschreven als geleidelijke ontwikkeling. Kort en bondig zou je zo zeggen. Maar in welke richting loopt die ontwikkeling? Bij ontwikkeling denken we steeds positief, we vergeten zowaar dat iets naar de andere kant kan ontwikkelen. Zoals een diarree die zich ontwikkelt van buikkrampen naar hevige spetterkak.
Misschien is een evolutie of ontwikkeling wel een wisselwerking, twee eenheden die elkaar in evenwicht moeten houden zoals een ying en een yang een Bassie en Adriaan, een Vlaams Belang en een Groen!, een kater die toeneemt naarmate de gezelligheid van een hevige avond.
Die wisselwerking zou echter veel verklaren. De vooruitgang in onze welvaart en welzijn laat ons als mens zwaar achteruitgaan. Hoe we vroeger moesten werken en vechten voor ons eten staat in stil contrast bij hoe we het nu kunnen verkrijgen. Vroeger was eten noodzakelijk en onze eerste zorg, nu is het een normale vorm van ontspanning die liefst nog gecombineerd en versterkt wordt zodat we nog meer kunnen ontspannen.
Denk maar aan gezellige picknicks, op restaurant gaan of zelfs eten voor de televisie. Televisie, nog zoiets. De media spelen een grote rol in onze menselijke achteruitgang. Geen enkele politieker, terrorist of heilige kan ons leven zo bepalen als de media. De media bepaalt immers ons wereldbeeld. Er mag gebeuren wat dan ook en op welke manier dan ook. Als de media het niet weergeeft, weten we het niet. En hoe de media het weergeeft, zo geloven we het.
Zo verdenk ik de media ervan om ons als mens achteruit te laten gaan. Wie erachter zit weet ik nog niet: terroristen, economische grootmachten, de Paus die de macht over de wereld wil,… Deze vraag blijft nog steeds onbeantwoord. Maar het doel is overduidelijk. Bekijk gewoon wat er ongefilterd in onze hersenpan gestuurd wordt.
Willekeurige series waar het verdwijnen en jaren later terugkomen van familieleden en kennissen doodgewone kost is, verkrachtingen, ziektes, dramatische sterfgevallen, misdadige invloeden en overdreven turbulente relaties vormen geen enkel probleem. En dit noemen ze dan ‘reality soaps’. Het zijn de kijkers van deze programma’s die bij afleveringen van ‘Het leven zoals het is’ al dijenkletsend voor de TV uitroepen “Hoe verzinnen ze het!”.
Maar ook de documentaires die over het echte leven handelen en aanvankelijk zonder scenario gedraaid werden, worden steeds kunstmatiger. Het geslacht de Pauw deed dit eerst op een ludieke manier. Daarna kregen we fictieve verhalen die eigenlijk een non-fictief verhaal uitbeelden zoals ‘Kaat en Co’, 16+, en misschien wel de avonturen van El Sympatico waarvan de verhaallijn verdacht veel leek op een combinatie tussen Flodder ( ze krijgen de kinderen het huis niet uit),
Ein fall fur zwei (het feilloos Duits) en Big Brother (je weet dat ze in het huis flink tekeer gaan, maar je ziet het net niet).
Van Big Brother gesproken: In de eerste reeks zag je een slagervrouw die naast het verhandelen van konijnen ook nog eens tekeer als een exemplaar van die soort. In het flauwe afkooksel dat je er nu van kan bekijken is het al sensatie als ze vier op een rij spelen met enkele konijnen.
Konijnen blijken immers een geliefd onderwerp te zijn in de wereld van reality - TV. Op poeperkeseiland of zoals het officieel noemt: ‘Temptation Island’ liet één van de deelnemers luitschijnen dat hij zich voelde als een familie hete konijnen.
Zijn partner illustreerde dit gevoel voor de camera’s. Haar gedrag liet zoveel te wensen over dat ik van frustratie en afkeer regelrecht naar het scherm spuwde. Nu ja, nu blijkt dat ze ervaring heeft met mannelijk lichaamsvocht dat in haar richting vliegt.
De konijnen breiden zich nog verder uit. In diverse kookprogramma’s komen ze aan bod. Eerst en vooral bij Gène Berrevoets, die bij elke hap ‘hhhhhmmmmm’ uit zijn neusgaten laat ontsnappen (spreken met je mond vol is immers onbeleefd) terwijl zijn ogen soms een duidelijke bweeeeek verraden.
Vervolgens heb je Dhr. Meus. Bij zijn programma is er een ware discussie ontstaan bij de keuze tussen de eigenlijke naam van het programma en ‘Het Meusje van de zalm’. En last but not least: Tv-kok numéro uno. Piet Huysentruit. Nadat hij moest werken met een simpele ziel Mimi genaamd, die een autocue nodig had om het verschil tussen aardappelen en patatjes uit te leggen kookt hij nu met Jan en alleman gewapend met een auto met het opschrift SOS PIET. Soms denk ik dat SOS SIS beter van toepassing was.
Nu ja, dit schrijven ontvangt u ook via de media, dus opletten geblazen. Wie weet in wiens opdracht dit geschreven is. Ik zal het u echter niet verklappen.
Amen en Ga in vrede.
Online sinds 12-07-2006 - Vragen? Neem contact op met Ben Jacques
Alle rechten voorbehouden © 2003 - 2009 Startje.com